Jacobs, Florian - Bes, Daan [A69]
WGT 2 -Zuckertort 3, 31.10.2009



1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.f4 0-0 6.Pf3 c5 7.d5 e6 8.Le2 exd5 9.cxd5
Via het Vierpionnenspel van het Konings-indisch is er nu een rasechte Benoni ontstaan.

9...Te8 10.Pd2 a6 11.a4 Pbd7 12.0-0
Als je de Benoni met f2-f4 speelt, moet je extra allert zijn op allerlei tactische wendingen, zoals ook het vervolg van deze partij leert. Tegenwoordig zijn dan ook Benoni-opstellingen waarbij de f-pion op zijn plaats blijft meer in zwang.

12...Tb8 13.Te1
Op [13.Dc2 kan zwart heel goed 13...b5! 14.axb5 axb5 doen, want zowel slaan met de loper als met het paard op b5 wordt beantwoord met Pxd5, bijvoorbeeld 15.Pxb5 Pxd5 16.Pxd6 Ld4+ 17.Kh1 Pe3 en de verwikkelingen zijn niet onprettig voor zwart.]

13...h5
De bedoelingen van beide partijen komen heel goed uit in de volgende partij. [13...Pb6 14.Lf3 h5 15.h3 Dc7 16.a5 Pbd7 17.Pc4 b5 18.axb6 Pxb6 19.Pa5 Ld7 20.Le3 Thorfinsson-Reinderman, Ohrid]

14.Pc4?
Dit is zowel uit tactisch als strategische oogpunt bezien fout. Simpel en juist was [14.h3 en wit kan nog op een klein plusje bogen.]

14...Pb6
Daan kiest voor de strategische weg en dat is zeker geen slechte keus. In feite zou wit nu 15.Pe3 of Pa3, gevolgd door a4-a5 en dan weer Pc4 moeten kunnen doen, maar omdat de e-pion hangt is wit gedwongen tot ruil op b6 en daarmee is op zijn minst al zijn openingsvoordeel verdwenen. Ook de taktische reactie was niet mis geweest, men zie [14...Pxe4 15.Pxe4 Txe4 16.Pxd6 Td4 17.Dc2 Pb6 18.Pxc8 Txc8 19.f5 Dd6 en wie zou hier geen zwart willen hebben.]

15.Pxb6 Dxb6 16.a5 Dd8 17.Dd3 Pg4 18.Lxg4 Lxg4
Ook terugslaan met de pion kwam in aanmerking, bijvoorbeeld [18...hxg4 19.Le3 b5 20.axb6 Dxb6 gevolgd door a6-a5 en zwart is met zijn loperpaar en druk langs e- en b-lijn de bovenliggende partij.]

19.h3 Dh4 20.Le3 Ld7 21.Kh2 f5! 22.exf5 Lxf5 23.Df1
Wit kan niet veel meer dan een verdedingingslinie opbouwen.

23...Te7 24.g3 Df6 25.Lf2 Tbe8 26.Txe7 Txe7 27.Te1 Kf7 28.Txe7+ Dxe7 29.Dc4 Dd7
Hier mist zwart een kans op groot, zo niet beslissend voordeel. Zeer sterk was [29...g5! 30.fxg5 Dxg5 gevolgd door 31...Le5 en met zo'n loperpaar moet de winst afdwingbaar zijn. Probeert wit net als in de partij 30.b4 dan komt 30...gxf4 31.gxf4 Ld4! met als pointe 32.Lxd4 Dh4!]

30.b4!
De beste zet van wit in de partij, waarmee hij zijn nadeel zoveel mogelijk weet te beperken.

30...cxb4 31.Dxb4 De7
Op [31...Lxh3 komt natuurlijk 32.Pe4 ]

32.Ld4
Veiliger was 32.Dc4 geweest, want nu had Daan met [32.Ld4 Lxd4 33.Dxd4 De1 nog altijd een duidelijk plus kunnen handhaven, maar met een remise was de teamoverwinning binnen, waartoe dan ook werd besloten.] 1/2-1/2